HET WARE VADERLAND
O.L.V.-ter-Muilen
De bedrijvige heemkundige kring van Liedekerke bracht zopas een studie van archeoloog Paul Daem uit. Archeologie van de voormalige priorij van O.L.V.- ter-Muylen te Liedekerke heet het werk. Daem (Liedekerke 1945) maakte van zijn pensioen gebruik om in Leuven archeologie te gaan studeren. In 2011 publiceerde hij Castrale mottes langsheen de Dender. Daarin had hij het o.m. over de Alvinnenberg in Teralfene waar de Bellebeek in de Dender uitmondt naast andere verhevenheden zoals Borgstad, de verdwenen site tegenover het oude dorpscentrum van Pamel.

Zonder met zekerheid te stellen, schrijft Daem, zou de priorij op de Liedekerkse wijk Ter Muilen ontstaan zijn uit een boskapel (± 1252-1260) toegeschreven aan O.-L.-V.-ter-Muylen. In Liedekerke vereerd als de Maagd op een muilezel, het kind Jezus op de schoot. In menige Liedekerkse woonkamer staat het beeldje te pronk.
De dienst in de kapel werd verzekerd door Gentse karmelieten. Vanaf 1410 werd de kapelanij tot klooster verheven en vanaf 1445 benoemd als Klooster van Onse Lieve Vrouwe bij Mulum, in het Bosch van Liedekerkcke. Maar ook Muilem ging als zovele kloosters door donkere tijden: plunderingen (eind 15de eeuw), beeldenstorm (1566), geuzenbrand (1582), enz. De definitieve doodsteek kwam er op 29 oktober 1796 wanneer het complex door Franse bezetters vernield werd en omwonenden de ruïne als steengroeve gingen gebruiken. Het waren eveneens de jaren van de Boerenkrijg die ook in onze regio slachtoffers eiste.
Of het toponiem Muilem (Ter Muilen) afstamt van muilezel is zeer de vraag. Volgens plaatsnaamkundige Jan Lindemans zou het met watermolen (mulum) te maken hebben. Maurits Bronselaer (auteur van Liedekerke van vroeger tot nu) houdt het bij de legende die wil dat Maria een muilezelin (muylin) bereed.
Waarom een kapel aan haar gewijd is, heeft te maken met de drie adellijke broers van Gavere (en van Liedekerke) die deelnamen aan de zevende kruistocht. In ruil voor hun behouden terugkeer beloofden ze op hun domeinen een klooster te stichten. Dat het om Maria op een ezel gaat, was het gevolg van een visioen dat de mannen hadden en waarin ze de ‘Moeder Godts in de locht gheseten op eene witte muylinne’ boven de berg Carmel (Palestina) herkenden.
Veel zaaks heeft archeoloog Paul Daem niet teruggevonden op de site van de eertijdse priorij van Ter Muilen. Het belangrijkste relict blijft ‘de Stomp’, zoals Liedekerkenaren het bakstenenrestant benoemen: een hoekmuurfragment 8 m. hoog en 50 tot 80 cm. dik. De brandsporen zijn nog zichtbaar.
Het boeiendste deel van de studie is de verzameling historische afbeeldingen en plattegronden die Daem samenbracht. Een tekening uit de 15de eeuw, een kopergravure (ca. 1600), een Sanderus (1644) en meerdere prenten uit de 17de, 18de en 19de eeuw, o.m van Fricx (1712), Ferraris (1777) en Popp (1850).
Mooi is ook dat Daem verwijst naar het dagboek van de Engelse captain Mercer die in het vooruitzicht van Waterloo (1815) vanuit Strijtem, waar hij logeerde, de streek verkende. Twintig jaar na de verwoesting van het klooster zag Mercer de zwartgeblakerde ruïne en de overwoekerde kloostertuin.
Tot zijn belangrijkste vaststellingen rekent Daem de visvijvers die rond het gebouw lagen en waarvan vandaag de restanten nog zichtbaar zijn. De vijvers werden gevoed door de Hollebeek die door het omliggende drassige gebied loopt en in verbinding stond met de Bellebeek of Molenbeek wat verderop en die de Bellemolen van water voorzag.
Dat met zijn studie niet alles over de priorij van Muilem is gezegd weet Daem maar al te best, vandaar zijn slotbedenking: “Laten we niet vergeten dat deze priorij de bakermat was van het eens bloeiende karmelietenklooster van Aalst en dat de religieuze invloed als bedevaartsoord regionaal van belang is geweest. Daarom raden we aan om behoedzaam met deze site om te gaan en ingrijpende werken onder archeologisch toezicht te laten plaatsvinden zoals trouwens voorgeschreven door de betrokken regelgeving.”
Liefhebbers van plaatselijke geschiedenis zullen met de nieuwe studie misschien wat op hun historische honger blijven. We denken aan de onbehandelde episode van de terechtstellingen (Boerenkrijg), aan de jaarlijkse ommegang (25 maart O.-L.-Vrouw-Boodschap), de relatie met de Heren van Liedekerke, het nabijgelegen Liedekerke-bos, enz.
Toch moet Daem bedankt worden voor zijn boeiende studie en de Liedekerkse heemkring om de uitgave ervan. Hopelijk in het vooruitzicht van een heelomvattend werk…
maurits.vanliedekerke@telenet.be
